Knipsel4

PANNEN(-KOEKEN) OP HET DAK

BOUW-PROJECT VOOR DE ONDERBOUW:

pannekoek

KORTE BESCHRIJVING

Deze lessen gaan uit van bouwmaterialen en gereedschappen waarmee je deze materialen kunt bewerken. In een soms ludieke en kolderieke demonstratie ervaren de kinderen allereerst zelf wat de eigenschappen zijn van traditionele bouwmaterialen als steen, hout en metaal. Maar ze ontdekken ook hoe je met eenzelfde stuk gereedschap in het ene geval niks kunt beginnen, terwijl het in het andere geval juist heel goed gaat.

Daarna gaan de kinderen zelf iets bouwen, maar daarvoor gebruiken we juist materiaal dat hiervoor normaal gesproken niet gebruikt wordt. Uiteraard gaan we samen wel op zoek naar het passende gereedschap.
Denk b.v. aan ‘meubels’ van droge sneden brood, een ‘hut’ van bladeren of groenten, een ‘tegelvloer’ van peperkoek en cake of misschien zelfs een ‘huisje’ van suiker met pannen(-koeken) op het dak.
Hierbij wordt er ook een link gelegd naar grappige objecten of spectaculaire voorbeelden uit kunst, waarbij op een bijzondere manier niet voor de hand liggende materialen werden gebruikt.

pannekoek 2

DOEL

Kinderen leren in eerste instantie vooral van voordoen, zelf ervaren en vragen stellen. D.m.v. demonstratie, experiment en gericht vragen stellen kun je als leerkracht laten zien, ervaren én begrijpen hoe simpele dingen werken en waarom dat zo is? Het doel van deze lessen is dat jonge kinderen ervaren dat je door dingen uit te proberen kunt leren. De insteek is dat de kinderen eerst d.m.v. een aanschouwelijk onderwijsleergesprek in de kring kennis maken met een aantal basisbegrippen en -principes als het gaat over  BOUWEN, GEREEDSCHAP & MATERIALEN

Knipsel6

Deze basiskennis wordt later toegepast als we gaan werken met ‘afwijkende’ bouwmaterial. er wordt gewerkt in kleine groepjes, die elk hun ‘onderdeel van het te construeren bouwwerk’(lees: een huisje of een hut) gaan maken. Al experimenterend met materialen en gereedschap leren de kinderen in hun eigen groepje ook overleggen en rekening houden met elkaar en naar een eindresultaat toe werken . M.a.w. samenwerken.

Knipsel7

Knipsel5

VARIATIES OP HET THEMA

In onderling overleg kan dit project eventueel ook in- en aangepast worden aan terugkerende thema’s binnen het vaste jaarprogramma.
Deze lessen kunnen b.v. gezien worden als gedeeltelijke invulling van het thema ‘Bouwen’ dat bij veel scholen in groep 1 en 2 sowieso aan bod komt. En de lessen zijn eventueel ook te koppelen aan techniek- en/of kooklessen.
Maar ook het voorlezen van sprookjes zoals HANS EN GRIETJE of DE DRIE BIGGETJES, of het bouwen van HUTTEN of het maken van een BIJENHOTEL in de schooltuin kunnen een aanleiding zijn.

pannekoek 3

AANTAL LESSEN EN TIJDSDUUR

Het project bestaat uit een reeks afwisselende ‘doe- en denk mee activiteiten’, die al of niet aaneengesloten, maar bij voorkeur wel op één dag plaatsvinden. Het project kan verdeeld worden in twee lessen. De totale duur varieert van ongeveer 2,5 tot maximaal 3 uur per groep. Bij het bouwen van hutten of het maken van een bijenhotel kan dit evt. langer worden.
Bij een school waar maar één groep meedoet b.v. een gedeelte vóór en een ná de ochtendpauze. Of één voor de middag en één erna. Bij een school met meerdere deelnemende groepen kunnen de twee lessen eventueel ook over verschillende dagen verdeeld worden. De mogelijkheden worden in onderling overleg bekeken

In overleg is het mogelijk om het project te laten aansluiten bij op dat moment actuele thema’s of lopende projecten. Dit graag wel ruim op tijd aangeven zodat afgestemd kan worden welke voorbereiding de groepsleerkracht evt. zelf voor zijn of haar rekening neemt en welk gedeelte Jan Bustin zal verzorgen. Naast de aanwezigheid van de vaste groepsleerkracht zijn hand- en spandiensten van eventuele hulpouders (2 á 3) uiteraard van harte welkom.

contact.

contact-knopa